Extern advies vaak onnodig en te duur
Bedrijven en financiele instellingen zoals pensioenfondsen winnen te vaak overbodig extern advies in en betalen daar meestal ook nog te veel voor. Verreweg de meeste van de genoemde partijen onderschatten zichzelf en vragen daarom voor de zekerheid naar de mening van de externe consultant. Dit kost een gemiddeld bedrijf of instelling jaarlijks (onnodig) duizenden euro’s. Dat geld is “weg” en kan niet meer worden gebruikt voor andere doeleinden zoals bij pensioenfondsen de pensioenen van de deelnemers. En dat is vervelend, maar bovenal onnodig. Daarnaast blijven vrijwel alle bedrijven gebruik maken van de consultants waarmee ze al decennialang werken. Dat is nu eenmaal vertrouwd en historisch zo gegroeid. Hoewel dat in veel gevallen prima werkt en het voor de continuiteit prettig is, realiseren veel pensioenfondsen zich niet dat de kwaliteit en vooral de uurtarieven van de diverse consultancybureau’s enorm verschillen. Op jaarbasis kan dat zomaar tienduizenden euro’s (en zelfs meer) schelen. In deze tijden van crisis waarbij de pensioenen niet meer veilig lijken te zijn, doen pensioenfondsen er dan ook verstandig aan om hun totale advieskosten eens grondig onder de loep te nemen.
In dit artikel ligt de focus op externe advisering bij pensioenfondsen, maar is vanzelfsprekend een-op-een toepasbaar op alle bedrijven en instanties die gebruik maken van externe adviseurs.
Goede adviseurs zijn onbetaalbaar !
Nu is natuurlijk enige nuancering wel op z’n plaats. Aangezien pensioen steeds complexer en veelomvattender wordt en vooral de actuariële aspecten van pensioen voor slechts weinig mensen gesneden koek is, zijn goede adviseurs niet alleen uniek maar ook onbetaalbaar. Maar wanneer is iemand een goede adviseur? De ideale adviseur beschikt wat mij betreft minimaal over de volgende drie competenties:
1) Een goede opleiding en een hoge mate van aantoonbare vakkennis (bij voorkeur actuaris AG);
2) Een hoge professionele servicegraad, zoals snelheid, proactiviteit, adequaatheid en communicatie;
3) Het snel tot de kern doordringen van de werkelijke behoefte van de klant, en een creatieve aanpak van het probleem hebben.
De meeste consultants die bij pensioenfondsen over de vloer komen beschikken over het algemeen wel over de eerste competentie. De tweede competentie is vaak ook wel aanwezig, maar verschilt nogal per persoon. De derde competentie is de meest lastige van alledrie. Veel consultants pretenderen deze eigenschap te hebben, maar vaak is de perceptie bij de klant anders. De vraag is dan wie het juist heeft. Er is in elk geval sprake van een perceptieverschil, en dat werkt uiteindelijk niet goed uit in de relatie.
Het is daarom van het allergrootste belang dat:
1) u en uw consultant goed door een deur kunnen en elkaar volledig begrijpen en vertrouwen;
2) u en uw consultant de waarheid durven te spreken en
3) u heel goed moet weten of uw consultant zijn of haar tarief wel waard is.
Samenvattend
Pensioenfondsen kunnen, als ze dat echt willen, vele duizenden euro’s besparen op extern advies. Niet alleen door dingen zelf te gaan doen waar dat kan, maar ook door de advieskosten eens goed op papier te zetten, te analyseren en om vervolgens eens vrijblijvend met andere partijen te spreken die misschien bovendien nog betere kwaliteit leveren. Hoewel ik hier uiteraard ook voor eigen parochie preek kan ik uit eigen ervaring wel concluderen dat dit de praktijk is. Tevens is het belangrijk om als pensioenfonds periodiek de externe adviseurs te evalueren. Dit houdt iedereen scherp en laat bovendien inzien wanneer “het niet meer gaat“. In het kader van “Good Governance” zou dit eigenlijk ook verplicht moeten zijn.
Meer informatie hierover leest u op: http://www.actuva.nl/extern-advies
Gearchiveerd onder: consultants, Consulting, Kosten, Onderzoek, pensioen, Pensioenadvies, Pensioenfonds, Uncategorized getagged: | besparen, bezuinigen, extern advies, externe adviseurs, kostenbesparing, onafhankelijk, Onderzoek, Pensioenfonds, pensioenkosten, pensioenlasten, tarief actuaris, tarieven vergelijken