Het Pensioenakkoord en de verzekerde pensioenregelingen

Vorig jaar juni hebben werkgevers- en vakorganisatie een akkoord gesloten over AOW en pensioenen. Op dit moment wordt gewerkt aan het nieuwe pensioencontract en het bevorderen van de arbeidsdeelname van ouderen. De verwachting is dat nog deze maand, de uitwerking van het Pensioenakkoord openbaar wordt. Het commentaar, de artikelen en de opinies zullen niet van de lucht zijn en de creatieve geesten kunnen hun werk gaan doen.

Hoe zat het ook alweer?

De kernpunten uit het Pensioenakkoord zijn als volgt samen te vatten:

  • De AOW wordt welvaartsvast. De AOW gaat sneller omhoog dan nu, door volledige koppeling aan de werkelijk verdiende lonen.
  • De AOW wordt flexibel. De AOW-leeftijd gaat omhoog naar 66 in 2020 en wordt daarna afhankelijk van de levensverwachting. Mensen kunnen vanaf 65 jaar zelf kiezen wanneer men AOW wil ontvangen.
  • De gemiddelde levensverwachting neemt toe. We leven steeds langer. Daardoor worden pensioenen alsmaar duurder. Afgesproken is dat mensen in de toekomst langer gaan doorwerken. Eerder stoppen met werk kan, maar dan wel met een iets lagere pensioenuitkering.
  • De pensioenpremies worden stabiel.
  • Financiële mee- en tegenvallers worden eerlijk verdeeld over jong- en oud.
Criteria
Aan de hand van de kernpunten hebben de vakbonden (o.a. FNV) de volgende criteria opgesteld waar aan het Pensioenakkoord moet voldoen:

1. Het contract moet voldoende zekerheid bieden voor mensen met lage inkomens.

2. Het contract moet meer zekerheid kunnen bieden naarmate de pensioenleeftijd van mensen dichterbij komt en naarmate iemand langer heeft gewerkt.

3. Het contract moet tot de meest optimale mix van een hoog resultaat (in termen van loongerelateerd pensioen) en zekerheid voor de groepen die dat nodig hebben kunnen leiden.

4. Er moet een behoorlijke kans zijn op een pensioen dat geïndexeerd is.

5. Flexibel uittreden, moet mogelijk blijven: een flexibele pensioenleeftijd.

6. Flexwerkers (uitzendwerk, tijdelijk dienstverband, zzp) moeten (kunnen) deelnemen aan pensioenregelingen en pensioen moet makkelijk overdraagbaar zijn bij wisseling van baan.

7. Het contract moet keuzemogelijkheden bieden, zodat mensen hun pensioen af kunnen stemmen op hun persoonlijke situatie.
8. De invoering van een nieuw pensioencontract moet zonder schokken mogelijk zijn. Oude en nieuwe rechten moeten zo goed mogelijk, liefst in één regeling, kunnen worden gecombineerd.
“Leuk allemaal, maar ik heb een gegarandeerde verzekerde pensioenregeling”

De bovenstaande uitgangspunten en criteria lijken in eerste instantie alleen te zijn bedoeld voor deelnemers in de pensioenfondsen. Maar het aantal pensioenfondsen neemt sterk af, en die trend zet zich door, waardoor er steeds meer mensen deelnemen aan een zogeheten verzekerde pensioenregeling. Deze wordt ondergebracht bij een verzekeraar en die garandeert dat alle pensioenen levenslang kunnen worden uitbetaald. Werkgevers betalen hiervoor wel een prijs. De vraag is nu wat dan de gevolgen zijn van het nieuwe pensioencontract voor deze verzekerde regelingen. Als immers de verzekeraard zijn producten niet aanpast, en de werkgever zijn pensioenregeling niet dan blijft in beginsel alles bij het oude. Enige uitzondering is de nieuwe pensioen(spil)leeftijd van 66 jaar. Hierdoor gaan de te betalen premies zo’n 8% omlaag. Wat gaat de werkgever met deze besparing doen? Er zijn genoeg mogelijkheden.

Interessanter misschien nog wel is de vraag wat er gaat of moet gebeuren met het bestaande gegarandeerde pensioencontract tussen werkgever en verzekeraar. De rechten zijn levenslang gegarandeerd en daar wordt ook keurig een risicopremie voor betaald. Blijven verzekeraars deze producten aanbieden en kunnen werkgevers blijven kiezen voor een gegarandeerde pensioenregeling op basis van middelloon? Het is goed mogelijk dat verzekeraars hun relaties de keuze gaan bieden tussen een gegarandeerd product met navenante kosten, of een flexibel product met meer onzekerheid en lagere kosten. Je kunt zelfs denken aan hybride producten waarbij de pensioenen in de opbouwfase meebewegen en onzeker zijn en waarbij de uitkeringenfase wel is gegarandeerd.

Het wordt er voor werkgevers zeker niet makkelijker op om een goede keuze te maken, en ook hier is communicatie en inzicht het toverwoord. De pensioenadviseurs die klanten met een verzekerde regeling adviseren krijgen er hoe dan ook mee te maken. Het is nog maar de vraag of het vereiste kennis- en inzichtniveau hiervoor aanwezig is. Een vervroegde ingangsdatum voor het WFT Pensioen biedt wellicht uitkomst!

Pensioen, wat is er nou eigenlijk aan de hand?

De afgelopen weken stonden het nieuws en de kranten bol van het onderwerp pensioenen. Pensioenfondsen zitten in het nauw, mensen worden steeds ouder en pensioenen worden gekort. Tijd dus om antwoord te geven op de belangrijkste vragen omtrent de huidige “pensioencrisis”. Hierbij moet wel gezegd worden dat deze antwoorden niet zomaar op iedereen van toepassing zijn, maar kunnen verschillen per werknemer en per bedrijf. Er zijn namelijk in Nederland honderden pensioenfondsen, duizenden pensioenregelingen en meerdere vormen van financiering van het pensioen mogelijk.
1.      Wat is nou eigenlijk precies het probleem?
De problemen waar pensioenfondsen nu mee te maken hebben, komen voor het grootste gedeelte door 3 oorzaken:
a)           De lage rente
b)           De aandelenmarkt die nog steeds voortkabbeld
c)            De steeds meer toenemende levensverwachting
Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om een dekkingsgraad te hebben van minimaal 105%. De dekkingsgraad is de verhouding tussen enerzijds het aanwezige vermogen (beleggingen) en anderzijds de pensioenverplichtingen. Met andere woorden: voor elke euro die ooit moet worden uitbetaald moet een pensioenfonds er EUR 1,05 tegenover hebben staan. De berekening van deze dekkingsgraad gebeurt volledig op marktwaarde. Dat betekent dat zowel de beleggingen als de verplichtingen op marktwaarde moeten worden berekend. En daar zit nu het grootste “probleem”. Door de (zeer) lage marktrente van dit moment is de waarde van de pensioenverplichtingen hoger dan ooit. Immers, als je er van uit gaat dat 1 euro in de toekomst 6% aan rendement oplevert of je gaat er van uit dat het slechts 3% oplevert, dan kun je wel aanvoelen dat je in het tweede geval veel meer geld opzij moet zetten dan in het eerste geval.
Deze lage marktrente gaat ook nog eens gepaard met achterblijvende aandelenrendementen, waardoor het rendement op de beleggingen weinig oplevert. De combinatie weinig beleggingsrendement en lage marktrente zorgt dus voor veel pensioenfondsen tot zeer lage dekkingsgraden. Tot overmaat van ramp is recentelijk ook nog eens bekend geworden dat we met z’n allen weer langer leven, en ook daarvoor moet extra worden gereserveerd. De pensioenen worden namelijk levenslang uitgekeerd en stoppen niet op een bepaalde leeftijd. Hoe ouder mensen worden, hoe meer geld je nodig hebt.
 
 
2.      De pensioenfondsen hebben nog nooit zoveel vermogen gehad, hoe kan het nou misgaan?
Dat pensioenfondsen nog nooit zoveel vermogen hadden kan dan waar zijn, daar staat dus tegenover dat ze dat vermogen bij de huidige marktsituatie ook daadwerkelijk nodig hebben, uitgaande van de huidige rente. Als morgen de rente met 1%-punt stijgt zal het probleem voor het grootste gedeelte zijn opgelost, maar de waarschijnlijkheid daarvan moet niet erg groot worden geacht. Het is wel zo dat door deze wettelijke spelregel van het gebruiken van de marktrente, de dekkingsgraad erg beweeglijk wordt en zomaar in 1 week tijd kan schommelen met 5%-10%. Stemmen gaan dan ook op om de door de wetgever bepaalde spelregels te veranderen (lees: te versoepelen). Hiermee kan dan op korte termijn weliswaar een deel van de problemen worden opgelost, op lange termijn blijft het probleem bestaan. We zullen moeten afwachten wat de uitkomst van deze dicussie zal worden, maar demissionair minister Donner heeft al laten weten er vooralsnog weinig voor te voelen.
 
 
3.      Waarom nemen pensioenfondsen zulke grote risico’s met mijn geld?
Elk pensioenfonds hanteert haar eigen beleid, en heeft haar eigen risicoprofiel. Dit risicoprofiel is afhankelijk van de samenstelling van het deelnemersbestand. Een pensioenfonds die louter uit jonge mensen bestaat kan wellicht wat meer risico nemen dan een pensioenfonds die alleen uitkeringen aan gepensioneerden verricht. Het is dan ook niet eenzijdig te zeggen dat alle pensioenfondsen onverantwoorde risico’s nemen.
 
Een pensioenfonds is een stichting die tot doel heeft om alle toegezegde pensioenen op termijn aan iedereen uit te keren, tegen het liefst een betaalbare premie. Deze premie wordt betaald door werkgevers en werknemers samen, in en na overleg met elkaar. Het mag duidelijk zijn dat beide partijen een optimaal pensioen nastreven tegen een zo laag mogelijke prijs. Zekerheid heeft echter een prijs. Als je 100% garantie wilt op het pensioen, dan kan en mag je geen enkel risico nemen op beleggingsgebied. Je zult dan de premie bijvoorbeeld op een spaarrekening moeten zetten tegen 2,5% rendement. Gevolg hiervan is dat de premie fors moet zijn om het uiteindelijke pensoen bij elkaar te krijgen. Pensioenfondsen (maar ook verzekeraars en banken) moeten dus eigenlijk wel een bepaalde mate van risico nemen, wil het toegezegde pensioen kunnen worden uitbetaald. Hoeveel risico en in welke mate, hangt sterk af van het pensioenfonds en haar deelnemers.
 
 
4.      Wordt mijn pensioen ook gekort?
Recentelijk kwamen 14 pensioenfondsen in het nieuws die op een soort zwarte lijst stonden. Deze 14 fondsen hadden op dat moment een dekkingsgraad lager dan 105% en zouden vanaf volgend jaar hun pensioenen moeten gaan korten. Inmiddels is afgelopen week gebleken dat deze lijst van 14 achterhaald is, en dat nog meer pensioenfondsen in de gevarenzone zitten, waaronder het ABP, Zorg en Welzijn, Bouw, PME en Metalektro. Hoeveel en welke fondsen er eind augustus onder de 105% dekkingsgraad zaten is op dit moment nog niet bekend. Wel kunt u op www.actuva.nl/dekkingsgraad zien wat de dekkingsgraad was van een 80-tal pensioenfondsen per 31 juli 2010.
 
Als u wilt weten of uw pensioen ook in gevaar is, dan kunt u daarvoor in eerste instantie contact opnemen met het pensioenfonds waaraan u deelneemt. Steeds vaker hebben pensioenfondsen ook een eigen website waar dit soort nieuws prominent op de homepage staat en duidelijk wordt gecommuniceerd. Dit geldt niet alleen voor particulieren maar ook voor bedrijven die deelnemen aan een bedrijfstakpensioenfonds (bijvoorbeeld de Bouw) en willen weten hoe de vlag erbij hangt. In het laatste geval kunnen wij u mogelijk ook helpen bij uw vragen.
 
 
5.      Mijn werkgever heeft geen eigen pensioenfonds, moet ik me dan ook zorgen maken?
De voorgaande 4 vragen hebben betrekking op deelnemers van pensioenfondsen, verreweg het grootste deel van de bevolking. Maar er zijn ook ongeveer 1 miljoen werknemers in Nederland waarvan de werkgever geen pensioenfonds heeft. Dat zijn de zogeheten direct verzekerde pensioenregelingen. In dat geval is een commerciele verzekeraar eigenlijk het pensioenfonds, maar daar gelden weer andere regels voor dan voor pensioenfondsen. In Nederland is het verplicht dat dit soort pensioenregelingen zijn gebonden aan garanties. Deze pensioenen worden door de verzekeringsmaatschappij voor 100% gegarandeerd. Het risico van lage dekkingsgraden en slechte beleggingen ligt hier bij de verzekeraar en dus niet bij de deelnemers of de werkgever. Het enige risico dat er wel is – en dat is in deze tijden nog niet eens zo heel erg ondenkbaar – is dat de verzekeraar failliet gaat. Dit risico is echter beperkt en in de praktijk zal het dan zo zijn dat bij een faillissement een andere verzekeraar deze portefeuille zal overnemen.
 
 
6.        Kan ik niet beter zelf gaan sparen voor m’n pensioen?
U kunt altijd zelf sparen voor uw oudedag, dat is niet verboden. Kunt u dan ook nog aantonen dat u een pensioentekort heeft dan zijn de betaalde premies ook nog eens aftrekbaar. Heeft u geen pensioentekort, dan kunt u het makkelijkst sparen of beleggen in Box 3 (1,2% vermogensrendementsheffing).
 
Uw deelnemerschap beeindigen bij het pensioenfonds of bij de verzekeraar kan niet zomaar. Bij een nieuw dienstverband zijn er wettelijk wel mogelijkheden om afstand te doen van pensioen. In dat geval verklaart uzelf en uw partner dat u afziet van pensioen en dat u in de toekomst op geen enkele manier meer aanspraak kan maken op pensioen, ook niet bij overlijden of arbeidsongeschiktheid. Ik raad dit niet aan. Bovendien is het zo dat deelnemen in een collectief vele voordelen kent. Alle risico’s en alle kosten worden met elkaar gedeeld, dat heet solidariteit. Dat leidt ertoe dat pensioen opbouwen in een collectief in vrijwel alle gevallen (veel) goedkoper en zekerder is dan als individu.
 
Heeft u nog meer vragen omtrent pensioen, of is iets niet helemaal duidelijk, neem dan contact met ons op.

Verdere toename levensverwachting maakt pensioenen (weer) duurder

Sinds de publicatie van de AG-Prognosetafel 2005-2050 is gebleken dat de realisaties in toenemende mate afwijken van de voorspelling. Dit is voor het Actuarieel Genootschap (AG) aanleiding geweest om een nieuw prognosemodel te ontwikkelen voor de AG-Prognosetafel 2010-2060.

Het AG–prognosemodel 2010 is ten opzichte van het AG–model 2005 op een aantal punten verbeterd met het doel tot betere prognoses van de waarnemingen (ook voor de korte termijn) te komen. Eén van de verbeteringen is het invoegen van een korte termijn trend naast de lange termijn trend uit het vorige model. Daarnaast is als beginpunt van de prognose uitgegaan van een tweejaars periodesterftetafel in plaats van een vijfjaars periodesterftetafel.

De uitkomsten van de nieuwe Prognosetafel 2010-2060 van het Actuarieel Genootschap (AG) laten een duidelijke stijging van de levensverwachting zien ten opzichte van de uitkomsten van de AG Prognosetafel 2005–2050. Het nieuwe AG Prognosemodel maakt onderscheid tussen een lange en een korte termijntrend.

Het eindniveau van de prognose komt voor nuljarigen in 2060 uit op een levensverwachting van 85.9 voor mannen en 87.6 voor vrouwen. Ter vergelijking met de vorige AG prognose (2007), die liep tot 2050, kwam de levensverwachting voor 0-jarigen toen uit op 82.5 voor mannen en 84.3 voor vrouwen. De nieuwe prognose geeft als resultaat voor het jaar 2050: 85.5 voor mannen en 87.3 voor vrouwen. Dit komt, voor zowel mannen als voor vrouwen, neer op een verschil van 3 jaar met de oude prognose.
De korte termijntrend bepaalt de ontwikkeling in de nabije toekomst. Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen neemt in de prognose af. De verbetering van de sterftekansen treedt bij nagenoeg alle leeftijden op, alleen bij zeer hoge leeftijden (hoger dan 95) is nauwelijks sprake van verbetering.

De impact op een gemiddeld pensioenfonds wordt in totaliteit geschat op een percentage tussen de vijf en zeven procent, in vergelijking met de AG Prognosetafel 2007. Veel financiële instellingen (pensioenfondsen en pensioenverzekeraars) hebben bij de inschatting van hun voorzieningen eind 2009 al gedeeltelijk rekening gehouden met deze ontwikkelingen in overlevingskansen. De prognosetafel geldt voor de gehele Nederlandse populatie. De netto impact op de financiële instelling zal daarom per instelling sterk verschillen vanwege de kenmerken van de specifieke verzekerde populatie van de instelling. Aangezien toepassing van het nieuwe prognosemodel grote gevolgen heeft voor pensioenfondsen en verzekeraars en voor de samenleving als geheel, heeft het AG een externe commissie van deskundigen verzocht het model wetenschappelijk te beoordelen. Deze commissie bestond uit de hoogleraren Van de Poel (Universiteit Maastricht, voorheen cfo van ABP), Nijman (Universiteit van Tilburg) en Palm (Universiteit Maastricht).

De commissie is van oordeel dat het model voldoet aan de eisen die in de wetenschap gelden, zij het dat vervolgstappen geboden zijn. Het belangrijkste is het ontwikkelen van een stochastisch prognosemodel waar ook beleidsrisico’s in kaart worden gebracht. Verder acht de commissie het nauw betrekken van de praktijk van belang en beveelt zij het AG aan de dialoog over dit onderwerp te versterken en intensief te gaan samenwerken met andere instanties, in het bijzonder het CBS en de kennisinstellingen. Het bestuur van het AG onderschrijft de aanbevelingen en zal hier gevolg aan geven.

Risicomanagement: genoeg gepraat, tijd voor een praktische invulling

Politiek, maatschappij en de media spreken u steeds nadrukkelijker aan op uw verantwoordelijkheid op het gebied van risicomanagement. Tegelijkertijd is de regelgeving vaag, de materie complex, en de concretisering lastig en duur. Logisch dat in de branche uitgebreid over risicomanagement gediscussieerd wordt. Maar wat ons betreft wordt het nu tijd om door te pakken: concrete invulling met slimme tooling.

Tijdens onze lunchsessie van donderdag 1 juli tonen wij u graag hoe risicomanagement op een praktische en kosteneffectieve manier ingevuld kan worden. Aan de hand van een best practice nemen we u mee door een recent ontwikkelde en succesvolle tool waarmee risicomanagement een transparante en concrete operationele vertaling naar de praktijk krijgt.

Prof. Dr. Jaap Koelewijn (oud hoofd Research AFM, nu adviseur compliance) zal zijn visie op het implementatievraagstuk geven. Een zaaldiscussie, waarbij standpunten en meningen van vakgenoten gedeeld worden, sluit daar op aan.

Wij hopen u als onze gast te mogen begroeten op 1 juli aanstaande in het Mercure Hotel te Nieuwegein.

Ja, ik wil mij graag inschrijven voor deze lunchsessie!
Vul hier direct uw gegevens in en kies voor “klantenseminar”

U kunt ons ook een e-mail (info@edmondhalley.nl) sturen of even bellen (030- 251 9881). Vermeld dan ook gelijk met hoeveel personen u komt.

Bent u deze dag niet in de gelegenheid? Geen probleem, wij komen graag vrijblijvend bij u langs om onze risicomanagement-tool aan u te presenteren.

Downloads:


Het Programma

Routebeschrijving naar Mercure Nieuwegein

Donner: “Lagere parameters hebben beperkt effect”

Vanaf 1 januari 2011 worden de parameters zoals opgenomen in het Besluit Financieel Toetsingskader (artikel 23) aangepast, het gaat om een ontwerpbesluit. Ook de indeling naar beleggingscategorieen wordt gewijzigd. Volgens (demissionair) minister Donner zal de verlaging van de parameters een beperkt effect hebben, zo laat hij in een schriftelijk overleg aan de Tweede Kamer weten.

De verlaging van de parameters van het FTK zal op termijn tot een totale premieverhoging van twee miljard euro leiden, en de premies bij de meeste pensioenfondsen hoeven niet direct omhoog, volgens de minister.Op langere termijn zullen de nieuwe parameters leiden tot een gemiddelde premieverhoging van 8%, dan wel een verlaging van de indexatieambitie met 10 tot 20%, aldus Donner.

In een eerste reactie op de voorstellen stelden de pensioenkoepels VB en OPF echter dat de nieuwe parameters zouden kunnen leiden tot een premiestijging van 50%. Volgens Donner blijft de mogelijkheid voor pensioenfondsen om te indexeren onaangetast, omdat die wordt bepaald door het behaalde rendement. Hij tekende overigens aan dat lagere parameters wel kunnen leiden tot een lagere indexatieverwachting.

Voor de lange termijn zullen de kosten van de noodzakelijke aanpassingen zo’n twee miljard euro bedragen voor pensioenfondsen, die hun voorspelde rendement met een gemiddelde van 0,56% neerwaarts moeten bijstellen, zo schat de minister.

Vanaf 1 januari 2011 gelden de volgende parameters bij de vaststelling van de kostendekkende premies, herstelplannen en de continuïteitsanalyses: 

Heb ik een woekerpensioen?

Wie via zijn werkgever deelneemt aan de pensioenregeling van een Bedrijfstakpensioenfonds of een ondernemingspensioenfonds en maandelijks daarvoor een vast percentage van zijn bruto inkomen aan premie betaalt, hoeft niet bang te zijn dat hij/zij een woekerpensioen heeft. De ingelegde premies resulteren dan namelijk vaak in een van te voren vastgestelde en overeengekomen pensioenuitkering vanaf de pensioenleeftijd.  Hoe hoog dat bruto bedrag is, staat op het pensioenoverzicht, dat je elk jaar van het pensioenfonds krijgt toegestuurd. Hoewel door tegenvallende resultaten van het pensioenfonds ook deze uitkering niet 100% gegarandeerd is, spreken we hier niet over een woekerpensioen.

Van een woekerpensioen zal pas sprake kunnen zijn wanneer de pensioenregeling via je werkgever u geen gegarandeerd pensioen in euro´s op uw 65e belooft, maar in plaats daarvan een pensioen waarvan de hoogte afhangt van de waarde van de pensioenpot die voor u wordt opgebouwd bij een levensverzekeraar. De premie die de pensioenpot ingaat wordt maandelijks van uw bruto loon ingehouden. elk jaar krijgt u van de levensverzekeraar een opgave van de bruto waarde van uw pensioenpot. Zo´n regeling heet meestal een pensioenregeling op basis van beschikbare premie. De maximale hoogte van dat percentage is afhankelijk van uw leeftijd. Uw werkgever mag een deel van de Beschikbare Premie voor u betalen. Hoeveel hangt af van wat de werkgever voor u over heeft. Wel is er een maximum, uw werkgever en u mogen samen niet meer inleggen dan het voor uw leeftijd geldende percentage.

Als de levensverzekeraar veel kosten in rekening brengt, en de aandelenfondsen waarin uw premies worden belegd storten ineen, gaat veel opgebouwd kapitaal verloren. Men spreekt dan tegenwoordig van woekerpensioen.

Laat uw pensioencontract gratis beoordelen !

Actuva beoordeelt uw collectieve pensioencontract met de verzekeraar gratis, en kan heel snel beoordelen of uw een woekerpensioen heeft. Door haar jarenlange expertise op pensioen en actuarieel gebied is Actuva snel in staat om dit oordeel te kunnen geven. U betaalt voor deze quickscan helemaal niets. Dat zou natuurlijk ook heel gek zijn in dit kader. 

Onze dienstverlening is volledig onafhankelijk van welke partij dan ook. Wij hebben geen enkel belang of wat dan ook bij producten of diensten van verzekeraars.

Wilt u uw collectieve pensioencontract gratis laten scannen?

Stuur dan een kopie van het pensioencontract naar ons op per post of via de e-mail. Binnen 10 werkdagen krijgt u van mij een korte en krachtige terugkoppeling met de bevindingen.

Actuva Actuariele Diensten

Julianaweg 192 G

1131 DL  VOLENDAM

jeroen.tuijp@actuva.nl

06-2797 9555

www.actuva.nl

Actuva 100% dochter van Edmond Halley Pensioenmanagement

Per 1 mei aanstaande worden de bestaande pensioenactiviteiten van Actuva Actuariële Diensten ondergebracht bij Edmond Halley Pensioenmanagement. Door de samenvoeging van activiteiten bereikt de nieuwe pensioenadviesorganisatie een bredere markt en is zij in staat om meer diensten aan te bieden op pensioengebied: van operationele ondersteuning tot specifieke actuariële advisering. Lees hier het persbericht.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.